energycooling

Sector · laser

Chillers voor laser- en snijmachines: nauwkeurigheid en uptime

Bijgewerkt op 20 juli 2026 · 7 min leestijd

Een fiber- of CO2-laser is gevoelig voor twee dingen: temperatuurschommelingen en condensvorming. Beide zijn een direct koelvraagstuk. Een chiller die netjes op ±0,5 K blijft, verlengt de levensduur van de resonator en houdt uw snijkwaliteit constant.

Waarom laserkoeling geen standaardchiller vraagt

De optiek en resonatoren in moderne laserbronnen hebben een nauw werkbereik. Een afwijking van enkele graden Celsius verschuift het brandpunt, vermindert het uitgestraald vermogen en verkort de levensduur van dure onderdelen. Daarom werken we bij laserkoeling met precisie-chillers die het setpoint binnen ±0,5 K houden, niet met standaard proceskoelers.

Typische opstelling

  • Precisie-chiller met inverter-compressor of hot-gas bypass voor stabiele regeling.
  • Twee koelcircuits: één voor de resonator (koud, doorgaans 20 tot 22 °C), één voor de optiek en kast (hoger setpoint om condens te voorkomen).
  • Roestvaststalen platenwarmtewisselaar en gedemineraliseerd water aan de laserzijde.
  • Filtratie tot 5 micron en jaarlijkse controle van geleidbaarheid en pH.

Waar we op letten

Condens is de sluipmoordenaar van elke laser. Als de koelwatertemperatuur onder het dauwpunt van de omgeving zakt, ontstaat vocht op optiek en elektronica. We stemmen daarom altijd twee setpoints op elkaar af: eentje voor de bron, eentje voor de kast. In zomers met hoge luchtvochtigheid regelen we het kastsetpoint dynamisch mee.

Veelgemaakte fouten

  1. Standaard proceskoeler inzetten die op ±2 tot 3 K regelt. Onvoldoende voor moderne fiberbronnen.
  2. Kraanwater gebruiken in plaats van gedemineraliseerd water. Kalkaanslag doodt platenwisselaars binnen een jaar.
  3. Filters niet vervangen. Vervuiling in het interne koelcircuit is bijna altijd de oorzaak van 'de laser wordt te warm'.

Meer lezen